zaterdag 7 juni 2014

7

Vandaag is de dag van de gedroomde finale om promotie naar de Serie B in het Silvio Piola Stadion. 7 juni, de dag van mijn zevende wedstrijd in zeven jaar van de zevenvoudig landskampioen Pro Vercelli. This must be my lucky day.

Tegen half vier verlaat ik het hotel en ga ik op weg naar het stadion. Ik heb voor de wedstrijd afgesproken met Gianluca en kijk er naar uit hem weer te zien. Het shirt van Marchi (door hem gedragen in de wedstrijd Pro Vercelli vs. Venezia), dat ik onlangs op een veiling voor het goede doel won, draag ik om de schouders. Ik hoop dat het geluk brengt. De wedstrijd tegen Venezia eindigde in 1-1, en die uitslag is vandaag goed genoeg voor promotie naar de Serie B. Toevalligerwijs komen Gianluca en ik tegelijkertijd bij het stadion aan. Bij de ingang van de Curva Ovest begroeten we elkaar. Hij is blij dat ik er ben en spreekt zijn lof uit voor mijn actie om last-minute af te reizen naar Vercelli. Voor de ingang van de Curva Ovest zijn de zenuwen voelbaar. Voor de gelegenheid permitteer ik mij vandaag sigaretten. Gianluca wil de goden niet verzoeken en doet liever geen voorspellingen over de wedstrijd: “Het wordt spannend vandaag. De bal is rond, zeggen we in Italië, let's hope for the best.”

Als voorzitter van de fanclub heeft Gianluca nog wat verplichtingen voorafgaand aan de wedstrijd. Hij stelt voor me naar de hoofdingang te brengen en daar aangekomen wensen we elkaar een prettige wedstrijd toe. Het is net vier uur geweest en nog rustig bij de ingang. Er staat een strenge dame in een geel hesje die er op staat mijn aansteker te vorderen. Eenmaal binnen in het stadion zie ik iedereen driftig roken. Hoe doen ze dat toch? Even later tref ik Daniele die me met een dikke knuffel welkom heet. Hij geeft me een vuurtje. “Dit is Italië hè, bij de ingang zeg je dat je niet rookt en nog geen twee meter achter de tourniquets steekt iedereen een sigaret op. Geen haan die er dan nog naar kraait.” Iemand tikt mij op de schouders, het is niemand minder dan Papà. Hij is na onze eerste ontmoeting een jaar geleden tijdens de Derby del Riso eindelijk de verbazing over mijn aanwezigheid in het stadion voorbij, en vindt het nu prachtig dat ik er ben. Hij geeft Pro vandaag een goede kans en is verguld met het uitverkochte stadion. “Voor het eerst in decennia!” zegt de zestigplusser euforisch. Ook hij wenst me een prettige wedstrijd toe. Een moment later zie ik hem op de tribune met zijn vrienden staan. Hij wijst naar mij en ik zie hem denken: die gekke Hollander die weer speciaal voor mijn cluppie is overgekomen. De mannen zwaaien vrolijk naar me en ik zwaai terug.

De jongens van de Ghigni Bianchi zijn er inmiddels ook. Ze lopen op me af, vuisten in de lucht: “Forza Pro! Forza Gideon!” Andrea is er ook. Ik zie dat hij niet helemaal weet wat hij moet denken van mijn aanwezigheid. Is het gunstig of niet? Ook al won Pro de laatste twee wedstrijden toen ik er was, de titel liep de club mis en mijn track record daarvoor was natuurlijk niet al te best. Ik geef hem niet helemaal ongelijk. “I don't know what to think, Gideon”, zegt hij eerlijk. “But listen to me, this is going to be a difficult match. Not easy at all.” In het stadion wordt Crazy gedraaid van Gnarls Barkley. Een moment vraag ik me af hoe gek ik ben hier weer naartoe te zijn gegaan. De zenuwen slaan toe. Als ze het maar niet laten liggen vandaag… Ik werp een blik naar boven. Naar de voetbalhemel waar Bertinetti, Milano I, Ara, Ardissone, Piola en al die andere Vercellese voetbalhelden van weleer vast ook in spanning wachten op wat komen gaat. Mijn gedachten dwalen af naar de eerste wedstrijd die ik in 2008 in dit stadion bezocht. Die teleurstellende 1-1 tegen Valenzana in de Serie C2, het Silvio Piola-syndroom, niet de juiste mensen, de desillusie… Het is heet in het stadion. Ruim over de dertig graden. Ik moet iets drinken en loop naar de bar in de hoek van het stadion voor water. Terwijl ik in de hitte sta te wachten klinkt opeens AC/DC uit de speakers. ‘Thunder!’ schelt het door het stadion. De spelers komen op het veld voor de warming up en luid applaus volgt. De Curva Ovest laat van zich horen, de sfeer is gezet. Een halve liter water en een broodje met salami voor 3,50 euro moeten me door de eerste helft heen helpen.

Ik ga op zoek naar mijn plekje op de monumentale hoofdtribune. Tribuna Centrale, fila 1, posta 19. Het is recht achter de eretribune en direct voor de perstribune ter hoogte van de middellijn. Een perfecte plek om de wedstrijd te zien, maar niet tussen de tifosi. Het is niet anders, ik ben blij met mijn kaartje. Naast me zit een gezin met aan het hoofd een man met een grijze sik. Hij stelt zich voor als Mauro en blijkt te werken in het bedrijf van de voorzitter. Het gezin is in zijn nopjes met het bezoek uit Nederland, en vader en zoon roken, dus in vuur wordt voorzien. Het stoeltje naast mij is leeg. Eén van de weinige in het tot de nok gevulde stadion. Vlak voor de aftrap ploft plotseling een jongeman op het stoeltje. Het is Jacopo! “Ciao Gideon! Is this seat taken?” vraagt hij met een brede lach op zijn gezicht. Het lijkt er niet op en zo zie ik de wedstrijd toch nog met een vriend aan mijn zij. Door het stadion klinkt het Pro Vercelli-lied van Jacopo. “Ha! My song!” zegt hij verguld. Dan verschijnen de spelers terug op het veld voor de wedstrijd. De stadionspeaker dreunt de namen op van de voltallige selectie. Iedere naam wordt gevolgd door een hartstochtelijke kreet van de Curva. Jacopo blijkt geen fan van Cosenza. Hij herinnert zich het vorige seizoen toen Rambo klungelde in de Serie B. Ik spreek mijn verbazing over zijn stellingname uit, maar Jacopo is onvermurwbaar. En dan volgt de aftrap. “Vincere!” scandeert de Curva traditiegetrouw.

Pro opent meteen goed met een doelgerichte aanval. Er zijn achttien seconden gespeeld als Erpen een goede voorzet geeft op het hoofd van Scavone. Hij en Marchi komen net tekort om de aanval tot doelpunt te promoveren. Niet veel later, na een mogelijkheid voor Alto Adige, stormt Greco op het doel van de tegenstander af, gooit er op de rand van het strafschopgebied een schaar uit, maar schiet net naast. Daarna slaat de spanning toe op het veld. De Leoni spelen nerveus en onsamenhangend. Duels gaan verloren, balverlies is troef. Cosenza pakt een knullige gele kaart en geeft daarmee uiting aan het onvermogen van Pro. Jacopo kijkt veelzeggend op. Ik begin hem te knijpen. Nog geen minuut later is daar opeens de voorsprong voor de gasten uit een goed uitgevoerde vrije trap. De Pro Vercelli-defensie faalt. Op de Tribuna blijken ook enkele fans uit Süd-Tirol te zitten die uiteraard compleet uit hun dak gaan. Ik en vierduizend andere toeschouwers zijn flabbergasted. Spontaan doemt het Valenzana-scenario weer in mijn hoofd op. De teleurstelling van toen. Het zal toch niet…

De wedstrijd staat nu op scherp. Pro poogt het tij te keren, maar slaagt er niet echt in. Bovendien beschikt Alto Adige over een zeer goede doelman, aldus Mauro, die de spaarzame pogingen van Pro om te scoren manhaftig neutraliseert. De wedstrijd verdient geen schoonheidsprijs. Het gaat nu om scoren en geen tegengoal meer incasseren. Niets meer en niets minder. Voorin loopt het echter niet als gewenst. Vreemd genoeg staat Greco diep in de spits geposteerd en Marchi erachter. Ik herinner mij de thuiswedstrijd thuis tegen Cremonese met Marchi als soeverein spelende diepste spits. “Ze moeten van positie wisselen”, zeg ik tegen Jacopo. Marchi wordt onderuit gehaald in het strafschopgebied. Penalty! Niet? De scheidsrechter geeft geen strafschop en het thuispubliek laat zijn verontwaardiging horen. Ondertussen ben ik zenuwachtiger dan ooit tijdens een wedstrijd van Pro. De hitte in het stadion is bovendien bedwelmend. Het rustsignaal komt als een welkome verlossing. Het staat nog altijd maar 0-1. Met deze tussenstand heeft Pro alles nog in eigen hand. In tegenstelling tot het centrale verdedigingsduo vind ik doelman Russo zeer goed spelen en dat geeft enige hoop. Grote vraag is nu wat trainer Scazzola in de rust zal doen. “Ik hoop dat hij de ploeg een nieuwe impuls kan geven”, zegt Mauro naast mij.

De tweede helft begint. Dezelfde elf spelers als in de eerste helft verschijnen aan de aftrap. Eén verschil, zo blijkt na het fluitsignaal: Scazzola heeft Marchi naar de punt van de aanval gedirigeerd en Greco erachter geposteerd. Hopelijk heb ik het goed gezien. Het aanvalsspel loopt in ieder geval meteen beter, en de spelers tonen eindelijk de benodigde grinta op het veld. Russo gaat voorop in de strijd, Marchi houdt de verdedigers van de tegenpartij bezig, Greco speelt intelligent tussen de linies en Erpen pingelt naar hartenlust. Het zelfvertrouwen is terug. Dan een aanval van Pro over rechts. Marconi zet goed door en geeft de bal op de achterlijn voor op Greco bij de verre paal. De bal belandt vervolgens in het strafschopgebied voor de voeten van Fabiano, die de bal uit de kluts elegant met de hak venijnig over de doellijn werkt. 1-1. Het stadion explodeert! Jacopo, Mauro en ik vliegen elkaar om de hals. Dolle vreugde op en rond het veld. De Alto Adige-supporters op de Tribuna krijgen de wind van voren van enkele Pro Vercelli-fans. We geloven er weer in. Zal het dan toch gebeuren?

Het restant van de wedstrijd is niet echt hoogstaand, hoewel Marchi vrij voor het doel nog een uitgelezen kopkans krijgt. De Alto Adige-doelman pareert echter goed. Met de 1-1 tussenstand kan de wedstrijd nog alle kanten op, zo lijkt het, totdat Süd-Tirol-speler Branca toneel begint te spelen. Voor zijn schwalbe in het strafschopgebied krijgt de middenvelder zijn tweede gele kaart en dus moeten de gasten met tien man verder. De wedstrijd lijkt gespeeld en de euforie in het stadion neemt met de minuut toe. Het blijft evenwel billenknijpen, want ook met tien man weet Alto Adige nog enkele gevaarlijke schoten op Russo af te vuren. De dood of de gladiolen, zullen de mannen uit Bolzano denken. De doelman houdt zijn doel gelukkig schoon en sleept Pro door de slotfase heen. Vijf minuten blessuretijd geeft de vierde man aan op zijn bord. Vijf minuten afzien, zweten, nagelbijten, zenuwachtig schudden met de benen.

En dan het verlossende eindsignaal, gevolgd door een ware vreugde-explosie van meer dan vierduizend man. “We did it!” schreeuwt Jacopo in mijn oor. We staan op de banken en springen euforisch in het rond. Op het veld doen spelers en staf hetzelfde. Het is een geweldig gezicht. De wedstrijdorganisatie tovert een podium tevoorschijn en er blijkt zowaar een grote beker te zijn voor de winnaar van de play-offs. “Champions League, Champions League”, scandeert de Curva extatisch. Aanvoerder Ranellucci neemt de beker in ontvangst en steekt hem met beide armen hoog boven zijn hoofd in de lucht. Spelers en staf juichen uitbundig. Het winnaarsgevoel heerst in het Piola Stadion. Ik had het me niet mooier kunnen voorstellen. Achter de Noord-tribune aan de overzijde wordt siervuurwerk afgestoken en spelers en staf maken een ereronde door het stadion op de tonen van Jacopo’s Pro Vercelli-lied. Eerst langs de Curva Ovest en vervolgens in het ondergoed langs de andere tribunes. Samen met de Vercellese klap ik mijn handen stuk voor de helden. Met de cup in zijn handen verlaat man of the match Fabiano het veld als laatste. Plotseling klinken buiten het stadion harde knallen, vreugdebommen van de Curva. Pro Vercelli, boem!!

Het stadion loopt leeg. Geen feest op het veld zoals twee jaar geleden. Jammer, maar ook niet meer dan dat. Op weg naar de uitgang kom ik de jongens van de Ghigni Bianchi weer tegen. “I told you it was going to be difficult”, zegt Andrea met een knipoog in het voorbijgaan. Jacopo ben ik in het feestgedruis kwijtgeraakt, en dus verlaat ik het stadion om met de meute richting centrum op te trekken. Buiten het stadion zie ik de Italiaanse toestanden zoals op het filmpje van Jacopo van twee jaar terug. Claxonnerende auto's, vlaggen uit de ramen, uitgelaten mensen in geopende kofferbakken, toeterende scooters volgepakt met vaders en kinderen, overal Pro Vercelli-shawls in de lucht. De carabinieri knijpen een oogje dicht en kijken tevreden toe. Onderweg naar het centrum loop ik Gianluca weer tegen het lijf. Hij is in extase: “This is the first time in history that Pro Vercelli wins something in this stadium, this is historical!

We lopen over de Corso Liberta achter de Curva Ovest aan naar het Piazza Cavour. De tifosi zwaaien met vlaggen en spandoeken. Ze scanderen en zingen, zo nu en dan vergezeld van een enorme knal. De tifosi zingen liedjes over de Serie B en steken de draak met de buren uit Novara. Op het plein breekt een groot feest los. Fakkels kleuren het plein felrood, groen en oranje. De supporters springen en zingen rondom het witmarmeren beeld van Cavour. Het bier vloeit rijkelijk. Het feest zal de hele nacht duren. De muskieten zijn ondertussen ook vanuit de rijstvelden overgevlogen en vieren het feest vrolijk mee in het avondgloren. Hoe irritant ze ook zijn, het kan niemand deren in de euforische sfeer. De Vercellese voetbaldroom is realiteit.

De zon gaat onder achter de Engelentoren.

At this time of the day the square is at its most beautiful”, mijmert Gianluca. “The people over here don’t always understand the beauty of this square, this city and La Pro.”

I do.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen